Dag lieve omi
Mijn oma was een dametje, zo eentje waar je aan denkt als je aan oude dametjes denkt. Haartjes in de krul, vouwen keurig in de rok, bijpassende tas en schoenen, mooie sieraden en een lippenstiffie. Als ik me haar in mijn herinnering voor me haal staat ze in de keuken, in de deuropening naar de tuin met haar schortje voor, kijkend naar wat Paul en ik aan het doen zijn. Lekker spelen in de zon, met zand, of lerend te fietsen. Als ik dan was gevallen dan rende ik naar haar toe voor troost en wat lekkers. Mijn oma stond voor haar huishouden, ik kan me niet herinneren het ooit rommelig gezien te hebben. We hebben er vaak gelogeerd, Paul en ik. We hadden ons eigen kamertje waar de cactussen in het raam stonden. Ze hield denk ik van cactussen want die stonden overal. Raar dat ik dat nooit gevraagd heb eigenlijk, waarom zoveel cactussen. Ook hele kleine potjes die zij en opa dan stekte en waar weer hele grote uit voortkwamen. Ik kan me de geur van het huis nog goed herinneren, een beetje friszoet, een mix van schoon wasgoed en frisse lucht. Ik had zelfs een eigen laken, zo'n hele zachte, licht roze met blauw en gele ruitjes van flanel want dat was zo lekker zacht zei ze altijd. En dan 's morgens eerst bij opa en oma in bed en daarna boterhammen uit de grote broodtrommel in de kast, met honing en een eitje. Met z'n 4-en de stad in, bij oma aan de hand, altijd scharrelden we wel ergens wat lekkers of kregen we een kadootje. Het was een echte verwen-oma. Met van die luxe roomboterkoekjes van de Hema, uit hele mooie trommeltjes. Vaasjes, blikjes en trommeltjes, daar was oma gek op! Mooie herinneringen aan een gelukkige jeugd. In 2000 gingen ze verhuizen, van hun lieve eensgezinswoning naar een seniorenwoning recht aan de overkant van hun oude huis. Voor beiden erg moeilijk want ze wilden niet echt maar het was beter zo. Ze heeft toen haar eerste beroerte gekregen. Eigenwijs als ze was was er niks aan de hand en wilde ze vooral geen hulp. Mijn omaatje werd van een dametje steeds meer een hulpbehoevend mensje. Ze wilde zich niet meer aankleden, niet meer verzorgen en ging geestelijk steeds verder achteruit. Begin 2007 kreeg ze een herseninfarct en daar gelijk achteraan een hersenbloeding. Ze heeft lange tijd in het ziekenhuis gelegen. Ik weet nog dat ik er met Paul heen ging, ze lag in een kamer in de hoek op de IC en had zo'n droge mond maar ze mocht niks drinken omdat haar slikfunctie was aangetast waardoor ze zich steeds verslikte. Naast haar bed stond een bakje met water en een soort sponzen lolly. Ik wilde haar lippen deppen met het sponsje maar ze zoog er stiekem aan en prompt verslikte ze zich. Ik schrok me dood! Straks stikt ze en dan is het mijn schuld. Gelukkig viel het mee. Die avond was ze vrij helder en herkende ze ons nog. Dat is de maanden daaropvolgend steeds minder geworden. Ze kwam in een verzorgingstehuis in Den Haag terecht, dichterbij was geen plek. Gelukkig waren de verpleegsters daar ontzettend lief voor haar. Ze kon steeds minder, zat in een rolstoel, wilde haar bed liever niet meer uit en kreeg steeds meer moeite met het herkennen van mensen. De infarcten hadden haar spraak aangetast waardoor je niet meer echt met haar kon praten. Ze hoorde je nog wel want als je iets vroeg knikte ze, of reageerde op een andere manier. Vorige week zaterdag ben ik nog naar haar toe geweest, samen met papa. Opa kon al een tijdje niet meer want die was lichamelijk niet in orde. Communicatie was toen moeilijk maar ik heb nog een tijdje hand in broos perkamenten handje met haar gezeten, dat was ook een soort van communiceren, dat ze in ieder geval wist dat we er waren. Afgelopen dinsdag was papa nog bij haar. Om 1 uur is hij weggegaan en om 2 uur kwam het toch nog onverwachte telefoontje dat oma was overleden. De exacte manier weten we niet want ze vonden haar in bed. Het meest logische is dat ze in haar slaap is weggegleden. Een geruststellende gedachte want ze is zonder pijn en besef gegaan. Apart dat je nu pas, nadat ze is overleden, veel meer over haar te weten komt door de gesprekken die familieleden met elkaar voeren. Hoe ze echt was, wat haar bezig hield, dat ze politiek gezien knalrood was en dat haar hele leven is gebleven, dat ze onderduikers hadden in de oorlog, dat ze zo'n ongelukkige jeugd heeft gehad. Flarden wist ik, van verhalen maar mijn oma sprak nooit over moeilijke dingen uit haar verleden, of misschien heb ik het nooit direct aan haar gevraagd. En nu kan het niet meer.
Dag lieve omi, ik hoop dat je je rust hebt gevonden, en, zoals je altijd tegen ons zei: Doe je voorzichtig!

Dag lieve omi, ik hoop dat je je rust hebt gevonden, en, zoals je altijd tegen ons zei: Doe je voorzichtig!

